Wat te doen als u een voornemen last onder dwangsom ontvangt

Wat te doen als u een voornemen last onder dwangsom ontvangt

Wat te doen als u een voornemen last onder dwangsom ontvangt

Een bestuursorgaan kan een last onder dwangsom opleggen. Dit laat een bestuursorgaan u weten door u een voornemen van een last onder dwangsom te sturen.

U kunt tegen een voornemen van een last onder dwangsom binnen twee weken uw schriftelijke zienswijze geven. Bij veel bestuursorganen kan dit via de mail.

In de schriftelijke zienswijze onderbouwt u waarom u van mening bent dat u geen last onder dwangsom moet worden opgelegd.

Van belang om te weten is dat u bij de zienswijze aan het bestuursorgaan kunt vragen om een afschrift van de stukken op grond waarvan het voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom is genomen. Tevens kunt u daarbij verzoeken dat u na de verstrekking hiervan in de gelegenheid wenst te worden gesteld om uw zienswijze aan te vullen.

Artikel 5:32a lid 2 Awb bepaalt dat bij het opleggen van de last onder dwangsom die strekt tot het ongedaan maken van een overtreding of het voorkomen van verdere overtreding, een termijn wordt gesteld gedurende welke de overtreder de last kan uitvoeren zonder dat een dwangsom wordt verbeurd. Dat is de zogenoemde begunstigingstermijn. Deze termijn mag niet te lang zijn, maar moet wel lang genoeg zijn om de last te kunnen uitvoeren. (ABRvS, 8 februari 2012.) Het is daarom goed om te controleren of er een begunstigingstermijn in opgenomen in het voornemen van een last onder dwangsom en zo ja of de termijn redelijk is. Zo niet, dan is het belangrijk hier in de zienswijze verweer op te voeren.

Een argument dat door bestuursorganen nog wel eens wordt aangevoerd in reactie op het verweer dat de begunstigingstermijn te kort is, of dat de begunstigingstermijn überhaupt niet in het voornemen is opgenomen, is dat de overtreder tijd genoeg heeft gehad omdat hij al veel eerder op de hoogte is gebracht van het voornemen tot het opleggen van de last onder dwangsom. Dat argument zou formeel geen rol mogen spelen omdat op grond van artikel 5:32a lid 2 Awb ten tijde van het nemen van het besluit een begunstigingstermijn moet worden geboden die ruim genoeg is om de last te kunnen uitvoeren.

Niet het moment waarop het voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom wordt bekendgemaakt, maar het moment waarop wordt besloten tot het opleggen van een last onder dwangsom is het moment waarop de begunstigingstermijn begint te lopen.
LJN: BV3191

Indien u naar aanleiding van het voorgaande vragen heeft of bijstand wenst, bel gerust naar advocaat mr. Anneke Wezel 06-28756300.

 

 

Over de auteur

admin administrator

Advocaat vastgoed en omgevingsrecht bij Jonkman, van Nieuwenhuizen en Wezel te Zaandam.