Categorie Archief Voorbeeldzaken

De rechten en plichten van een afwikkelingsbewindvoerder over een nalatenschap

De taak van de afwikkelingsbewindvoerder wordt vastgelegd in het testament, en is in geval van een afwikkelingsbewindvoerder om in het belang van de erfgenamen tot een zo voortvarende mogelijke afwikkeling te komen. Een afwikkelingsbewindvoerder heeft vergaande bevoegdheden en mag de nalatenschap tevens verdelen.

Er ontstaan soms geschillen over de bevoegdheden van de afwikkelingsbewindvoerder.

De afwikkelingsbewindvoerder mag, los van de bevoegdheden die in het testament zijn toegekend, in de regel alleen die handelingen verrichten die noodzakelijk zijn voor een normale exploitatie. Dat kan volgens jurisprudentie bijvoorbeeld de verkoop van aandelen omvatten. In onderstaande zaak was door de afwikkelingsbewindvoerder een projectontwikkeling gestart.

Een dergelijke activiteit hoort niet tot de normale bevoegdheden van de afwikkelingsbewindvoerder. Hij heeft daar de toestemming van alle erfgenamen voor nodig.

De afwikkelingsbewindvoerder moet zich uiteraard  binnen de grenzen van hetgeen in het testament is bepaald bewegen. In de regel is de beloning daarin vastgesteld. Het is dan niet toegestaan dat de afwikkelingsbewindvoerder zichzelf extra honorarium toekent.

Lees verder op:

https://www.noordhollandsdagblad.nl/zaanstreek/boekhouder-verduisterde-deel-erfenis-terugbetaling-van-54000-euro

Door verhuurder gevorderde ontruiming afwezen maar waarschuwing in vonnis voor verdere overlast, beroep huurder mogelijk?

Deze zaak waar mr M.C. Jonkman als advocaat voor de huurder bij betrokken was, ging over door de verhuurder gestelde overlast. De huurder procedeerde bij de kantonrechter zonder advocaat. De kantonrechter wees de vordering tot ontruiming van de verhuurder af, maar schreef wel in het vonnis dat, als nog eens overlast door huurder werd veroorzaakt , de ontruiming zou worden toegwezen.

De huurder vond dat hij helemaal geen overlast had veroorzaakt, en wilde in beroep. De huurder vreesde dat, als de verhuurder een tweede ontruimingsprocedure tegen hem zou beginnen, de vordering tot ontruiming zonder meer zou worden toegewezen.

De vraag is of beroep in zo’n geval mogelijk is. Een vereiste voor het instellen van beroep is dat er belang is bij de procedure. Was dat belang er nog wel, nu de ontruiming was afgewezen?

Het Gerechtshof oordeelde dat dat wel het geval was, en vernietigde het vonnis van de kantonrechter omdat zij de gestelde overlast niet bewezen achtte.

Een link naar de uitspraak:

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ9799

mr M.C. Jonkman

 

Uitspraak Gerechtshof Amsterdam 02-05-2017; weigering om buren gebruik te laten maken van scheidsmuur onder omstandigheden misbruik van bevoegdheid

Zaak waar mr. M.C. Jonkman bij betrokken was als advocaat. In deze zaak vormde weigering om de buurman tegen en in een muur te laten bouwen misbruik van bevoegdheid. Zie link voor de uitspraak.

 

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2017:1713

Motiveringsplicht bij legalisering bebouwing in bestemmingsplan

De gemeente heeft bij het toestaan van onder een vorig bestemmingsplan illegale bebouwing een grote mate van beleidsvrijheid. Deze beleidsvrijheid was onderwerp van de uitspraak van de Raad van State over een verzoek tot voorlopige voorziening, zie , http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2009:BK1357. mr van Nieuwenhuizen was als advocaat bij deze procedure betrokken.

De verzoeker had bezwaar tegen het positief bestemmen van een onder een vorig bestemmingsplan illegale recreatiewoningen en bedrijfswoning.

Van vijf recreatiewoningen en een bedrijfswoning gaat een volledig andere planologische uitstraling en beleving uit dan van het voorheen agrarische gebruik met zogenoemde eendenboeten uitging, aldus verzoeker. Volgens verzoeker is sprake van aantasting van zijn leefklimaat door geluidoverlast en een inbreuk op zijn privacy.

De Raad van State wijst het verzoek tot voorlopige voorziening toe, omdat de gemeente de belangen van verzoeker niet mee heeft gewogen:

Niet in geschil is dat deze bebouwing in strijd met de in het voorheen geldende bestemmingsplan aan het perceel gegeven agrarische bestemming is opgericht en in gebruik genomen. Uit de plantoelichting kan worden afgeleid dat de in het verleden illegaal opgerichte bebouwing in het plan als zodanig is bestemd, omdat het gemeentebestuur met de eigenaar van het perceel afspraken over legalisering heeft gemaakt. Ter zitting is namens de raad nader toegelicht dat het als zodanig bestemmen van de bebouwing is ingegeven door het feit dat het om reeds bestaande bebouwing gaat en het toestaan van kleinschalige recreatieterreinen past binnen het gemeentelijke beleid om de mogelijkheden voor verblijfsrecreatie te verruimen. Het economisch belang van recreatiemogelijkheden is daarbij van groot belang geacht. Uit het voorgaande volgt dat de raad er geen blijk van heeft gegeven dat de belangen van [verzoeker], in het bijzonder wat betreft de door hem gestelde geluidoverlast, zijn betrokken bij de vaststelling van het plan. Het college heeft ter zitting desgevraagd ten aanzien van de gemaakte belangenafweging in zoverre enkel gewezen op de beleidsvrijheid van de raad. Onder deze omstandigheden bestaat bij de voorzitter twijfel over de vraag of een deugdelijke belangenafweging ten aanzien van het bestreden plandeel heeft plaatsgevonden.

De conclusie is dat een belangenafweging en een goede onderbouwing in een bestemmingsplan niet mogen ontbreken.

Heeft u vragen over dit onderwerp? Neem contact op met mr L. van Nieuwenhuizen.

 

Nog eens de link:

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2009:BK1357

 

 

Misbruik van bevoegdheid door weigering inbalking in scheidingsmuur toe te staan

 

Op 2 mei 2017 deed het Gerechtshof Amsterdam uitspraak in een door mr M.C. Jonkman behandelde zaak over burenrecht. De zaak ging over een woningscheidende muur. Deze muur was opgetrokken door appellant, en door zijn buurman gebruikt om zijn nieuwbouw aan te bevestigen.

Appellant stelde zich op het standpunt dat de muur zijn eigendom was en dat het bevestigen van de nieuwbouw aan zijn muur daarom niet toe was gestaan. Hij vorderde ongedaanmaking daarvan. Het  standpunt van de wederpartij hield in dat gezien de voorgeschiedenis sprake was van misbruik van recht. Op de plek waar de muur stond stonden tot enige jaren daarvoor twee muren. Deze waren door appellant gesloopt en vervangen door een nieuwe muur (met spouw), ondanks protest van zijn buurman. Deze laatste had appellant destijds verzocht om dit werk samen te verrichten, om de muur geschikt te maken voor de nieuwbouw van beide partijen. Appellant heeft dat destijds geweigerd.

Zowel Rechtbank als Hof oordeelden dat mede om die reden, en omdat door appellant geen nadeel werd ondervonden, sprake was van misbruik van bevoegdheid.

 

 

Neem voor meer informatie contact op met mr. M.C. Jonkman

Nihilstelling voorschotten kinderopvangtoeslag – mr A.M.T. Wezel

Deze zaak ging over besluiten van de Belastingdienst/Toeslagen om voorschotten kinderopvangtoeslag over 2010 en 2011 op nihil te stellen. Bij onderscheiden besluiten van 7 februari 2013 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de voorschotten kinderopvangtoeslag over 2010 en 2011 voor [appellante] herzien en op nihil gesteld.

Gedurende het beroep heeft de Belastingdienst besloten de voorschotten alsnog toe te kennen. De Belastingdienst is veroordeeld in de proceskosten.

ECLI:NL:RVS:2015:2981